Zowel de Sjah van Iran als de leiders van de Islamitische Revolutie misbruikten hun macht. Toch verlangt Saïd nog steeds naar zijn dorpje aan de Kaspische Zee. Hij draagt de wijsheid van zijn vader met zich mee en blijft zich inzetten voor zijn ideaal: de gelijkwaardigheid van mensen. Dit is het laatste artikel in de reeks van drie over de levensinzichten van Saïd.

Lees het eerste artikel hier. Voor deel twee klik je hier.

Foto’s: Jochem Kossen

De beste jaren uit zijn leven waren toen Saïd een jaar of 15, 16 was. Het was nog voor de islamitische revolutie. Met zijn vrienden zwom hij in de Kaspische zee. Het strand was puur natuur met daarop een ‘plag’, een klein gebouwtje gemaakt van riet en lokale planten. Het warme zand van het strand liep over in diepblauw water.

Achter het strand lag het vlakke land met kleine dorpjes verspreid in een groen landschap. De kuststrook is vruchtbaar en bedekt met rijstplantages. Voor mensen uit Teheran is het een geliefde plek voor een weekendje weg. De jongens keken hun ogen uit naar de vrouwen uit Teheran in hun bikini’s. Ze stelden zich op als domme dorpelingen en plaagden ondertussen de stedelingen.

Wonden in het hart van de lokale mensen

Aan de overkant van het water lag de voormalige Sovjet Unie. De jongens lagen op het strand en keken naar dat land als een aantrekkelijk mysterie. Ze vroegen zich af wat socialisme was. Ze vroegen zich af waarom er naar hun Kaspische zee enkel toeristen uit de VS en Europa kwamen en waarom er niemand uit de Sovjet Unie was.

De kuststrook was volgens de constitutie van Iran algemeen bezit. Toch waren er overal privéstrandjes voor machtige mensen uit de politiek. Ze moesten altijd een weggetje zoeken naar het strand tussen deze privéstranden door. De sjah heeft hotels en wegen aangelegd. Bulldozers hebben de natuur aangevallen. Ook na de islamitische revolutie bleven deze afgezette standen door de machthebbers gebruikt worden. Het zijn wonden in het hart van de lokale mensen.

Boeken en wijn

Nog steeds verlangt Saïd naar zijn vaders dorpje aan de Kaspische Zee. Zijn vader was trots op zijn akkers, zoals diens vader dat ook was. Die liefde voor het land heeft Saïd ook meegekregen. Saïd wil dat we zorgvuldig omgaan met de natuur. In alle bloemen, bomen, merels en koeien zien we het goddelijke. Saïd vindt het jammer dat er in Nederland zo weinig geld is voor cultuur, taal en filosofie, terwijl er zoveel geld naar technologie gaat. Zelf geeft hij zijn geld ruimhartig aan boeken en aan wijn.

Zijn eigen taal, Gilaki, heeft overeenkomsten met het Nederlands. Hij heeft via het Nederlands geleerd over de vogels uit zijn jeugd. In het Gilaki hebben een vrouwtjes- en een mannetjesmerel een eigen woord. Hij dacht dat het twee verschillende soorten vogels waren. Hier heeft deze vogel maar één naam en leerde hij dat het dezelfde vogel is. Hij wil nu tolk worden om iets te doen voor de beide volken.

Nieuwkomers, heb geduld

Aan buitenlandse studenten en vluchtelingen wil hij meegeven dat ze geduld moeten hebben en nog meer geduld. Ze moeten eerst de taal leren en de cultuur begrijpen voordat ze kunnen oordelen over wat er hier gebeurt. Deze opvattingen leven ook onder Nederlandse politici. Daarom heeft Saïd het boek van Frans Timmermans “Broederschap” in het Farsi (Perzisch) vertaald en gepubliceerd op de Farsi-website van Nederland.

Zijn belangrijkste les is dat een leven zonder ideaal geen zinvol leven is. Ook al bereik je ze niet, het hebben van idealen geeft het leven betekenis. Zo blijf je bezig, nieuwsgierig en in beweging. Leven heeft geen zin, we moeten er zin aan geven.

Om sprekers van het Farsi er opmerkzaam op te maken waarom en hoezeer Spinoza van belang blijft en waarom wij zijn ideeën en idealen nu nog nodig hebben, heeft Saïd bijvoorbeeld het Esperantoboek van dr. Albert Goodheir “Fondita sur roko – la filozofio de Spinoza post tri jarcentoj” (Op rotsvaste bodem gegrondvest – de filosofie van Spinoza – drie eeuwen later) in het Farsi vertaald en gepubliceerd.

Iedereen is een druppel in de zee

Misschien dat hij nooit meer in de Kaspische Zee kan zwemmen. En tegelijk beseft hij dat het paradijs van zijn jeugd al gebroken was door de strijd over macht, taal en religie. Het gaat Saïd om de gelijke waarde van mensen. Iedereen is een druppel in de zee. We moeten elkaar niet beoordelen op onze achtergronden of religie maar op onze daden. Als de wereld zoals Windesheim was, waar respect is voor verschillen, waren er geen oorlogen. Saïd wil met het pantheïsme van Spinoza en de onafhankelijk taal Esperanto de gelijkwaardigheid van mensen verder vormgeven. Dat is zijn ideaal. Hij werkt er dag en nacht voor.


Dit levensverhaal heeft Kirsten Notten in opdracht van de Hogeschool Windesheim opgetekend. Het was onderdeel van een project over levensverhalen van studenten om te leren welke waarde een opleiding heeft voor het leven van een student.

Kirsten Notten

Author Kirsten Notten

STORYTELLER EN STRATEEG | Mensen kunnen samen bergen verzetten. Laten we daar meer verhalen over vertellen.

More posts by Kirsten Notten

Join the discussion One Comment

  • […] Deel III gaat verder met het levensverhaal van Saïd Baluĉi. Zowel de Sjah van Iran als de leiders van de Islamitische Revolutie misbruikten hun macht. Toch verlangt Saïd nog steeds naar zijn dorpje aan de Kaspische Zee. Hij draagt de wijsheid van zijn vader met zich mee. Het gaf hem zijn derde en laatste inzicht voor het leven. […]

Leave a Reply