Saïd had van zijn vader geleerd om vragen te stellen, grenzen over te gaan en zijn eigen weg te zoeken. De Islamitische Revolutie in Iran bracht echter nieuwe regels en grenzen met zich mee. In Nederland vond hij tot zijn verbazing een God en een waardering voor ieder mens die passen bij het soefisme van zijn jeugd.

Lees hier deel één uit deze serie: hopen op een taal die verbindt >>.

Foto’s: Jochem Kossen

In de eerste jaren na de Islamitische Revolutie van 1979 in Iran deed Saïd toelatingsexamen voor de universiteit. Hij wilde geneeskunde studeren en tandarts worden. Het toelatingsexamen bestond uit twee delen. Het eerste deel toetste de competenties om te kunnen studeren. Hij haalde dat examen met vlag en wimpel. Het tweede deel was een ideologisch examen om te bepalen of hij gelovig was. Saïd had geen baard, hij hield van mooie stropdassen en van rode wijn. Zowel ondeugend als treurig fluistert Saïd: “Dat mag niet in Iran.” Zijn examinator bepaalde dat hij niet gelovig was. Hij was gezakt en mocht geen geneeskunde gaan studeren.

Niet te hard lachen
Elke school en elke universiteit in Iran heeft iemand in dienst die verantwoordelijk is voor ideologische zaken. Ze kijken of vrouwen de goede Hijab dragen, een hoofddoek met een donkere kleur. Ze kijken of de stof van de jurk dik genoeg is, of ze niet te hard lachen. Als je niet voldoet aan de regels heeft dat zware consequenties. Het gevolg is volgens Saïd dat mensen hypocriet worden. Je kunt niet jezelf zijn. Iran heeft een collectief onbewuste van hypocrisie. Er is geen oefening in democratie. Mensen vinden het moeilijk om verschillen te tolereren. Iedere partij zegt: “Ik heb gelijk.”

Tien jaar na zijn Hogeschooldiploma, toen de politieke omstandigheden wat milder werden, is hij in Teheran Perzische taal en literatuur gaan studeren. Zo is hij expert geworden in de Perzische taal. Het was voedend voor zijn geest. Hij heeft zich verdiept in de Iraanse gnostici en het soefisme van zijn vader. Zo vond hij antwoorden op zijn vragen als kind over taal en godsdienst. Sjeik Abol-Hasan Garagani was een soefi die boven zijn deur had geschreven: “Geef iedereen die bij dit huis komt brood. Vraag hem niet over zijn geloof. Wie een leven verdient door de verheven God, verdient zonder twijfel een maaltijd aan mijn tafel.” Hij kwam erachter dat de God van de Iraanse gnostici op de God van zijn kinderdromen leek.

Kiezen tussen je eigen familie of je eigen land
Saïd werd docent op de universiteit. Hij had een snor als een nostalgisch, socialistisch symbool. Saïd genoot van het gebaar om een krul te leggen in zijn snor. Na een lange vakantie voor nieuwjaar, dat in Iran 21 maart is, kwam hij weer op het werk. In de vakantie was zijn snor langer gegroeid. De jongen uit het ideologisch kantoor keek hem aan, zei niks en liep weer weg. Hij maakte een rapport dat Saïd Baluĉi over de grens was gegaan. Saïd werd ontslagen.

Saïd had een politiek dossier. Het leven in Iran werd gewelddadig. De mensen vermoordden elkaar. Als hij vroeg waarom, zeiden ze dat zijn vragen gevaarlijk waren. De boeken die hij las waren gevaarlijk. Saïd werd in de gevangenis gezet als gevolg van zijn vragen en boeken. Na zijn vrijlating durfde hij niets meer te vragen of boeken te lezen. Hij wist dat een dergelijk leven geen juist en goed leven was. Toch besloot hij om te blijven. In Iran lag zijn hart en woonde zijn familie.

Alles veranderde toen zijn vrouw en dochter problemen kregen. Ze zijn gevlucht en kwamen in Nederland terecht. Saïd probeerde om het leven voor hen in Iran weer mogelijk te maken, zodat ze terug konden komen. Dat lukte niet. Hij moest kiezen tussen zijn land en zijn familie. In juli 2013, achttien maanden later dan zijn vrouw en dochter, kwam hij in Nederland aan.

spinoza-boek-hand

Als Einstein geloven in de God van Spinoza
Door zijn studie NT2 op Windesheim heeft Saïd nieuwe uitgangspunten voor zijn leven gevonden: mensen zijn allemaal gelijk en van waarde. Iedereen heeft dezelfde hoop, iedereen heeft dezelfde angsten. De verschillen zitten in taal, cultuur, eten en gewoontes. Het gaat erom die gelijkheid vorm te geven met erkenning van de verschillen. Naast de eigen rechtssystemen is er een algemeen rechtssysteem nodig zoals de internationale declaratie voor de mensenrechten.

Saïd houdt van de God en het pantheïsme van Spinoza. Bij Spinoza is alles God en God is alles. olgens Spinoza zijn jij en ik niet twee aparte mensen, maar één. We zijn druppels van dezelfde oceaan. Het is een illusie van mensen om te denken dat je onafhankelijk bent. Alles is doordrongen van God, in alles manifesteert God zich.

De God van Nederland is de God over wie Einstein heeft gezegd: “Ik geloof in de God van Spinoza, die zichzelf openbaart in de wetmatige harmonie van het heelal, en niet in een God die zich bemoeit met het lot en de handelingen van mensen.” De God van Nederland geeft een ieder zijn dagelijks brood en vereist daarvoor niet een geloof in Hem. Saïd herkent hierin de God van Spinoza en de God van de Iraanse gnostici.

Elke ketter heeft zijn letter
Het denken van Spinoza heeft politieke consequenties. Hierin toont zich zijn tweede levensprincipe. Respecteer het leven van anderen. Accepteer de natuur zoals die is, probeer de natuur niet naar je eigen hand te zetten. Spinoza was een kind van Joodse vluchtelingen uit Portugal die aan de inquisitie zijn ontsnapt. In Amsterdam werd hij uit de Joodse gemeenschap verbannen omdat hij zich niet aan de religieuze voorschriften hield.

Elke ketter heeft zijn letter. Zijn hele leven vraagt Saïd zich al af of hij gelovig is. Hij moet erkennen dat hij niet kan bestaan zonder God. Zoals Einstein gelooft hij in de God van Spinoza. Die bemoeit zich niet met de vraag of je schapenvlees of varkensvlees eet en heeft geen oordeel over rode wijn of een hijab. God toont zich in de algemene regels van de natuur of algemene principes van menselijkheid. Mensen mogen elkaar bijvoorbeeld niet beschadigen.

Ieder zijn dagelijks brood
Om problemen tussen mensen op te kunnen lossen, hebben ze volgens Saïd onafhankelijke en algemene regels nodig. Zo had Saïd bij zijn lessen NT2 een lezing gehouden over Spinoza. Studenten die in een monotheïstische God geloven, hadden grote moeite met zijn verhaal. Ze protesteerden dat er geen God was zoals Spinoza beschreef. Ze wilden één God, ze wilden hun eigen God voor iedereen.

Er ontstond een dreigende situatie. Om hieruit te komen, hebben ze de Nederlandse wet gebruikt. Iedereen heeft hier vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst. Saïd vindt Spinoza mooi, die studenten houden van hun eigen religie. Ondanks deze verschillen mogen ze elkaar niet bedreigen en geen geweld gebruiken. Het conflict werd in vrede opgelost.

Saïd Baluĉi gelooft in de God van Spinoza die in alles aanwezig is zonder regels voor het dagelijks leven op te leggen. Deze God leeft in Nederland waar vrede is. Dankbaar is hij dat hij in Nederland mag wonen, waar verschillende soorten mensen samenleven en ieder zijn dagelijks brood heeft. Hier leven mensen volgens het soefisme uit zijn jeugd.


Deel III gaat verder met het levensverhaal van Saïd Baluĉi. Zowel de Sjah van Iran als de leiders van de Islamitische Revolutie misbruikten hun macht. Toch verlangt Saïd nog steeds naar zijn dorpje aan de Kaspische Zee. Hij draagt de wijsheid van zijn vader met zich mee. Het gaf hem zijn derde en laatste inzicht voor het leven.

Dit levensverhaal heeft Kirsten Notten in opdracht van de Hogeschool Windesheim opgetekend. Het was onderdeel van een project over levensverhalen van studenten om te leren welke waarde een opleiding heeft voor het leven van een student.

 

Kirsten Notten

Author Kirsten Notten

STORYTELLER EN STRATEEG | Mensen kunnen samen bergen verzetten. Laten we daar meer verhalen over vertellen.

More posts by Kirsten Notten

Join the discussion One Comment

Leave a Reply