Ondanks zijn pogingen zich aan te passen aan de Islamitische Revolutie om in zijn geliefde Iran te blijven, moest Saïd Baluĉi toch vluchten voor het geweld. Zijn levensweg leerde hem wat de drie belangrijkste inzichten zijn om goed samen te kunnen leven met verschillende soorten mensen. Het eerste artikel uit een reeks van drie over de belangrijkste inzichten die Saïd in zijn levensreis van Iran tot Nederland opdeed gaat over taal.

mooi op bankje kleur klein.jpg

Foto’s: Jochem Kossen

Als zeven jarig jongetje mocht Saïd zijn eigen taal Galiki niet meer spreken. Hij werd uitgelachen om zijn Perzisch en Arabisch. Eenmaal in Nederland moest hij opnieuw een nieuwe taal leren. Nu werkt hij aan een taal die mensen kan verbinden. 

Saïd was vijf jaar oud toen hij besefte dat hij een dubbele opvoeding kreeg. Hij woonde in de provincie Gilan in Iran, met groene bossen en uitgestrekte rijstplantages, vlakbij de Kaspische Zee. Zijn vader had verschillende banen, maar werkte altijd op zijn eigen akkers om rijst te verbouwen. Hij was opgegroeid in een gnostische stroming van de Islam, het soefisme. Hij was een openhartige kosmopoliet en een liberaal democraat.

Zijn moeder was huisvrouw. Hoe ze het voor elkaar kreeg, weet Saïd niet, maar ze was altijd thuis als hij met zijn broer en zussen thuis kwam. Nooit was ze buiten. Altijd stond het eten klaar. Ze wist precies wanneer ze kwamen. Zijn moeder was een diep gelovige vrouw. Haar ouders waren sjiieten, de grote islamitische stroming van Iran.

Een traditioneel sjiietisch en een openhartig kosmopolitisch nest
Het was gebruikelijk dat jongens als ze vijf jaar oud waren, besneden werden. Voor zijn vrijdenkende vader hoefde dat niet. Maar zijn moeder heeft hem en zijn broertje simpelweg naar haar vader gestuurd. Voor zijn sjiietische grootouders had dit ritueel grote betekenis. Ze hebben alles geregeld en er een groot feest van gemaakt. Saïd heeft het als een daad van geweld ervaren. Er was geen optie om erover te praten.

Sindsdien staat zijn moeder symbool voor de beperktheid en bepalende wetten van religie. Saïd heeft moeite met verplichtingen om binnen kaders te blijven. Zijn vader staat symbool voor vrijheid en de uitnodiging om over grenzen te gaan om zelf op ontdekkingstocht te gaan.

Kun je in je eigen taal met God praten?
Saïd heeft zijn jeugd spelend in de groene bossen van Gilan doorgebracht. Iedereen sprak Gilaki, de lokale taal. Toen hij zeven was, ging hij naar school. Het eerste wat hij te horen kreeg was dat Gilaans praten verboden was op school. “Jullie moeten studeren in het Perzisch en bídden in het Arabisch”. Hij was bang. Hij kende noch Perzisch noch Arabisch. De leraren Perzisch lachten om zijn Perzisch en de godsdienstleraren om zijn Arabisch.

Saïd vroeg zich af of het mogelijk zou zijn voor hem om in zijn eigen taal met God te praten. God kent immers alle talen. Saïd hield van boeken, boeken en nog meer boeken. Al lezend zocht hij zijn eigen weg. Door de Islamitische Revolutie kon hij niet in Iran blijven. Uiteindelijk vluchtte hij naar Nederland.

Taal is zeg maar echt mijn ding
Hier aangekomen werd zijn studie erkend als een MA of doctorandus in ‘Persian Studies’. Hij hoefde dus geen opleiding te volgen. Maar hij moest wel opnieuw een taal zich eigen maken en daarvoor ging hij studeren aan Windesheim, een grote school met internationale allure. Ook zijn dochter had invloed op zijn keuze: zij volgde daar al Nederlands als tweede taal, NT2, en was daar erg tevreden. Zijn plan was om eerst de taal goed te leren en dan te kijken wat er zou gebeuren. Door zijn studie NT2 op Windesheim heeft Saïd zijn uitgangspunten voor zijn leven gevonden.

Hoe meer hij de Nederlandse taal leerde, des te meer ging hij terug naar zijn kinderjaren en jeugddromen. “Taal is zeg maar echt mijn ding”, zo citeert hij Paulien Cornelisse. Dat treffende boek had hij van zijn docent NT2, Alies Vlasbloem, gekregen. De wereld kent meer dan 6000 talen. Hoe kunnen mensen elkaar begrijpen als er zoveel verschillende talen zijn? Na twee jaar studeren is zijn Nederlands nog steeds niet vloeiend. Een tweede taal blijft volgens Saïd altijd ongemakkelijker dan de taal waarin je bent grootgebracht. Zijn favoriete gezegde heeft hij van een Nederlandse Joodse vrouw, die met een Iraanse Joodse man getrouwd is: “De eerste taal is een gave van God en de tweede taal is een straf van de duivel.”

portret esperanto zwart wit kopie.jpg

Het eerste principe: gebruik een algemene taal
Het eerste principe van Saïd gaat over taal. Saïd kent inmiddels acht talen. Maar geen enkele taal is hem zo vertrouwd als het Gilaki uit zijn jeugd. Als Saïd Engels of Spaans spreekt, kijken mensen tegen hem op. Zodra hij Nederlands spreekt, past hij in het beeld van een naïeve buitenlandse dorpeling en kijken ze op hem neer. Volgens Saïd kan een nationale taal geen algemene taal voor de wereld worden. Dat creëert verschillen tussen de native speakers en nieuwkomers in een taal. Naast iedere taal is een algemene taal nodig, vindt Saïd. Esperanto is zo’n neutrale taal.

Zamenhof was een Poolse oogarts en taalkundige met een grote talenknobbel. Esperanto is door Zamenhof ontworpen als een makkelijk te leren en politiek neutrale taal. Hij publiceerde in 1887 het eerste boek in deze taal onder het pseudoniem Dr. Esperanto, wat betekent: iemand die hoopt. De taal kreeg dit pseudoniem als naam. Saïd is enthousiast over de mogelijkheid dat mensen met deze taal zien dat iedereen een mens is zoals jij en ik. Het biedt een ander perspectief op elkaar vanuit een onafhankelijke positie. Tegelijk kan iedereen zichzelf uitdrukken zoals dat in je eigen taal mogelijk is.

Esperanto inspireerde Drees tot de AOW
Volgens Saïd geeft spreken in Esperanto broederschap en begrip. Als voorbeeld geeft hij Willem Drees, het vadertje van het vaderland en een beroemde Nederlandse esperantist. Vanuit zijn esperantisme kon hij voor het algemeen belang werken en de AOW uitdenken.

Saïd blijft hopen dat Nederland ophoudt om te investeren in Engels en in plaats daarvan voor Esperanto kiest. Daarom is hij vertegenwoordiger van zijn vakgebied voor de Wereld Esperanto-Vereniging (Universala Esperanto-Asocio) in Epe en bestuurslid van Esperanto Nederland geworden.

Taal kan mensen van elkaar scheiden en het kan mensen verbinden. Saïd hoopt op een taal die mensen verbindt.


Deel II gaat verder met het levensverhaal van Saïd Baluĉi. Hij had van zijn gnostische vader geleerd om vragen te stellen, grenzen over te gaan en zijn eigen weg te zoeken. De Islamitische Revolutie van 1979 in Iran maakte dat hij moest vluchten naar Nederland. Hier zag hij dat ieder mens zijn dagelijks brood kreeg. Het gaf hem zijn tweede inzicht voor het leven.

Dit levensverhaal heeft Kirsten Notten in opdracht van de Hogeschool Windesheim opgetekend. Het was onderdeel van een project over levensverhalen van studenten om te leren welke waarde een opleiding heeft voor het leven van een student.

Kirsten Notten

Author Kirsten Notten

STORYTELLER EN STRATEEG | Mensen kunnen samen bergen verzetten. Laten we daar meer verhalen over vertellen.

More posts by Kirsten Notten

Join the discussion 2 Comments

Leave a Reply