Stadshagen krijgt een heus, klein biodivers bos, een Tiny Forest. Nieuw groen, honderden bomen, een mix van Nederlandse en inheemse soorten in een dichtbegroeide wildernis, waar buurtgenoten samen met anderen actief kunnen zijn en zich laten inspireren. Kinderen leren over de natuur en bewoners ontmoeten elkaar op een gezonde plek. Samen gaan betrokkenen in november de bomen planten.

tekst en foto’s: Erika Schuuring

Tiny Forest verrijst op de rand van Stadshagen, aan de Oude Wetering en naast basisschool de Boxem en kindcentrum De Paperclip. Milou van Rijn buurtgenoot en adviseur, Maartje Langeslag Junior Projectleider IVN, Jelle Blaauw student Groene Welle, vertellen enthousiast over hun kleine bos.

Betrokken buurtgenoot Milou van Rijn woont meer dan twintig jaar in Stadshagen en is één van de eerste inwoners van de wijk. ‘Eigenlijk heb ik van nature geen groene vingers.’ Zegt Milou. ‘Maar als ik in het bos loop, word ik blij en ontspannen. Alleen zie je in de openbare ruimte vooral gras. Groen in de stad werkt niet met een grasveld. Ontspanning krijg je pas echt in een bos. Op het moment dat je bos in de stad hebt, komen kinderen in aanraking met natuur. Dan gaan ze later anders nadenken over de openbare ruimte en hoe ze daarop moeten passen.’ Milou zocht naar natuurmogelijkheden en kwam terecht bij Tiny Forest. Na eerdere pogingen om het project naar Zwolle te halen, lukte het haar eindelijk dit jaar.

Bewust leven

‘Stadshagen is een jonge wijk met veel kinderen,’ vertelt Milou. ‘Met een stukje educatie kun je hele generaties laten opgroeien.’ Milou hoopt dat het bos groter wordt. Een gedeelte met een proeftuin voor leren leven met water, lijkt haar een goed idee. Uitbreiding met andere projecten is ook een plan. Gastlessen, de Wilde Wachters, natuurouders en de buurtmoestuin Hof van Breecamp, kunnen een rol spelen het stadsbos. ‘Kinderen die meehelpen met het planten van het bos en het beheer,worden lid van de Wilde Wachters. De boswachters van het Tiny Forest. Zij krijgen de opdracht onkruid te wieden, of boompjes recht te zetten en kunnen ook een rondleiding geven aan ouders of buurtbewoners. Zo blijven kinderen actief betrokken en is het ook echt hun bos.’ Dat is te lezen in het Tiny Forest handboek.

‘De Provincie Overijssel heeft subsidie verleend voor het project tot de zomervakantie van 2018. Dan willen we het handboek van betrokkenheid opleveren’, laat Milou weten. De startbijeenkomst van Tiny Forest vond plaats op 23 mei in basisschool de Paperclip met een gemêleerd publiek van geïnteresseerde buurtbewoners, kinderopvang en scholen tot gemeente Zwolle, de Groene Welle en Landschap Overijssel. Tijdens deze inspirerende bijeenkomst werden brainstormsessies gehouden en de eerste ideeën op papier gezet. De participatie komt na de zomervakantie op gang. Ook vindt binnenkort het volgende overleg tussen gemeente, provincie, vrijwilligers en een opbouwwerker plaats. Dan worden spijkers met koppen geslagen.

foto maartje.jpg

Verwonderen in het bos

‘Verbinden, met elkaar zien hoe je eigen bos groeit. Dan sta je meer bij stil bij hoe alles zich ontwikkelt.  Het is voor mensen belangrijk om zich te kunnen verwonderen over dingen. Zo zoom je de dingen van alle dag uit. Ik vind het van betekenis om daaraan bij te dragen,’, vertelt Maartje Langeslag, Junior Projectleider Kind & Natuur van IVN, Instituut voor natuureducatie en duurzaamheid. Maartje is ‘de boswachter zonder bos’ voor Tiny Forest. Ze motiveert buurtbewoners samen nieuwe natuur te ontwikkelen en te ontdekken. Als projectleider helpt ze de bewoners van Stadshagen om het project van de grond te krijgen. Ze coördineert de activiteiten, adviseert over de beplanting, techniek en financiën.

‘Het is de bedoeling dat buurtbewoners het bos van vijfhonderd vierkante meter zelf gaan realiseren met behulp van hun enthousiasme’, steekt Maartje gelijk van wal. ‘Bewoners moeten ook echt betrokken worden bij het planten van de bomen en het onderhoud, zodat ze er met elkaar een fijne plek van kunnen maken. Het buitenlokaal van honderd vierkante meter in de vorm van een open stuk zand met boomstammetjes, is bedoeld voor de buitenlessen van scholen. Het zorgt ervoor dat kinderen vaker buiten les krijgen. De buurt kan daar samenkomen of een uitvoering van groep 8 bijwonen, bijvoorbeeld. Het nodigt uit om iets met elkaar te gaan doen.’

Strijd om het licht

‘IVN kijkt samen met hoveniers en specialisten welke bomen worden geplant’, vertelt Maartje. ‘We kijken naar de bodem en wat het nodig heeft. Voor een optimaal klein bos worden dertig soorten bomen geplant zoals wilgen, berken, zwarte bes en sporkenhout. Bij het plantmateriaal worden langzaamgroeiers (ongeveer tachtig procent) en snelgroeiers (circa twintig procent) in hoge dichtheid op elkaar gepoot, zodat er een relatief snel dichtgroeiend bos ontstaat.’

‘Het is de bedoeling dat de biodiversiteit met inheemse bomen zo groot mogelijk wordt. De grond wordt zo bewerkt dat een bosgrond ontstaat die luchtig is, watervasthoudend en voldoende voedingstoffen heeft. Het moet een natuurlijk en compact bos worden. Een echte wildernis met veel meer bomen op de vierkante meter dan normaal. Dan komt er ook een strijd om het licht en schieten ze omhoog. Om het bos staat gedurende twee jaar een hek. Daarna is het onderhoudsvrij.’

Het Shubhendu Sharma concept: ‘Bossen planten moet net zo makkelijk worden als een tuin aanleggen’

‘Het oorspronkelijke idee voor het kleine bos komt van de Toyota-ingenieur Shubhendu Sharma’, licht Maartje toe. ‘Hij paste de principes van Toyota’s productiesysteem toe op de Miyawaki-bosbouwmethode. Met deze methode helpt hij mensen wereldwijd een Tiny Forest op honderd procent organische wijze aan te leggen. Vorig jaar plantte IVN samen met de gemeente Zaandam, buurtbewoners en scholen het eerste Tiny Forest van Nederland.’

jelle2.jpg

‘Wat ik heel bijzonder vind, is dat dit tegen alles ingaat wat ik leer over bomen. Ik bedoel vergelijk het met een gewone auto en een Formule 1 wagen. De bomen van Tiny Forest worden met deze methode zo geplant dat ze enorm snel gaan groeien,’ zegt student Jelle Blaauw.

Kettingzaag

Jelle volgt de opleiding Bos- en Natuurbeheer aan de Groene Welle en is bijna aan het eind van zijn tweede jaar. Via het forestproject, een oefenbedrijf waarbij leerlingen klussen zoals zagen en bosmaaien uitvoeren voor particulieren en landgoederen, kwam hij in contact met Tiny Forest. Wat gaat Jelle doen? ‘Het noodzakelijk onderhoud, zoals het snoeien van gevaarlijke bomen, die kunnen omvallen’, zegt Jelle. Dat komt goed uit. Het favoriete gereedschap van Jelle is de kettingzaag. ‘Het bos moet zichzelf kunnen onderhouden. Met de handen uit de mouwen toekijken en assisteren waar nodig. De kinderen van de scholen gaan de bomen planten. Als ze het zelf hebben aangeplant, denken ze misschien dat ze er niet te ruig mee om moeten gaan.’

Geen glijbaan of schommel

De ontwerpen voor de indeling van de Tiny Forest zijn nog in de maak. De gemeente maakte een eerste schets, maar de buurtbewoners wilden het anders. Daarom ontwierp Jelle met een paar medestudenten een nieuwe variant. Jelle ziet het al voor zich. ‘In het buitenlokaal moet een amfitheater komen waar kinderen kunnen zitten en leren met het zicht naar het bos.’

‘Speeltoestellen wil ik maken. Geen glijbaan of schommel. Een element dat geen betekenis heeft, maar dat het kind zelf kan invullen. Een boomstam die de ene dag als tafel kan dienen en de andere dag kunnen ze zich daarmee een ridder voelen’, fantaseert hij verder. ‘Of boomstammen op elkaar waarmee kinderen kunnen spelen. Zoals je dat in andere bossen ook wel ziet.’ Jelle helpt mee met de voorbereidingen in november en het plaatsen van een raster om het bos, met hulp van medestudenten.

 

Erika Schuuring

Author Erika Schuuring

More posts by Erika Schuuring

Leave a Reply