De vluchtelingen die ons land binnenkomen, maken nogal wat los. Dat heeft het altijd al gedaan, maar sinds afgelopen jaar een grote toestroom uit voornamelijk Syrië ontstond, heeft iedereen weer een mening. De angst voor het onbekende zwelt aan en onderbuikgevoelens voeden geruchten over geweld door asielzoekers. Maar dit is een ander verhaal. Een verhaal over ontmoeting, begrip en plezier.

Het is alweer even geleden dat ik een appje kreeg van een vriendin, die een actie voor de vluchtelingen wilde opzetten. Ze had Albert Heijn kaarten gespaard en wilde het eten dat ze daarmee kon kopen, gebruiken om een groot diner te organiseren. Om de vluchtelingen welkom te heten in Zwolle en ze het gevoel te geven dat ze erbij horen. Noodgedwongen, maar toch, ze mogen erbij horen. Bij ons, bij ons land.

Zijn er nog mannen?!

Ik haakte aan met nog twee andere vriendinnen en al gauw bleek dat we niet de enigen waren met het idee om vluchtelingen een warm welkom te heten. Vanuit het COA, het orgaan dat asielzoekers in Nederland ondersteunt, was er al een actie opgezet. We konden ons aanmelden via de website om een diner op te zetten. Wij kookten, zij zorgden ervoor dat de vluchtelingen klaar stonden om te worden opgehaald.

‘Maar’, zo stond vermeld in de bevestigingsmail, ‘het is raadzaam om ook mannen aanwezig te hebben bij het diner.’ Vanuit veiligheidsoverwegingen. Daar zaten we dan met vier vrouwen en onze goede bedoelingen. We deden een oproep via Facebook: ‘Welke man wil bij ons aansluiten?’ En de reacties kwamen: vier mannen meldden zich. Inclusief schoonmoeder waren we inmiddels met negen Nederlanders om het diner te organiseren.

We nodigden vier vluchtelingen uit. Weer een ‘maar’, vanuit het COA: ga ervan uit dat niet iedereen komt opdagen. Het wordt per dag bekeken wat ze willen doen. Waarschuwing op waarschuwing. En wij lieten de vooroordelen ook over de tafel gaan: ze drinken vast geen alcohol. Mogen ze wel een hand geven aan vrouwen? Hoeveel Engels zouden ze kunnen? De angst groeide, om eerlijk te zijn, de onzekerheid en met enige nervositeit begonnen we aan de dag.

foodiesfeed.com_penne-all-arrabbiata_low-1024x1024

Verpletterende indruk

We besloten om het etentje te laten plaatsvinden in het buurthuis in de Wipstrik. Ze stelden hun ruimte aan ons ter beschikking, wij kleedden de ruimte aan met Nederlandse vlaggen. Bloemen op de tafel. Kaarsjes in het midden. Wij kookten bij één van ons thuis, die zaterdag. Om vijf uur spraken we af bij het buurthuis. We zetten het water klaar, dekten de tafel. En dan maar wachten. Iedereen druppelde binnen en uiteindelijk waren zij er ook: de vluchtelingen.

Het abstracte begrip van ‘vluchteling’ en onze onzekerheden vielen uit elkaar en verpletterden op de stenen vloer van het zaaltje. Drie mannen en één jongen, net achttien. De voorman, laten we hem Mohammed noemen, stak stralend zijn hand uit. Ze geven ons een hand, dacht ik, dat is fijn. ‘Nice to be here’, zei hij in vloeiend Engels. De andere drie spraken minder goed Engels en keken eerst de kat uit de boom. Al snel bleek dat een tweede man ook voldoende Engels sprak om aan te haken.

Liefde en smartphones

De oorlog kwam nauwelijks aan bod, want binnen drie zinnen ging het over politiek en volgens Mohammed was het niet de tijd of plaats om het daarover te hebben. Dat ze gevlucht waren, zei genoeg. Dat Mohammed zich opwond over dat Rusland nu uitgerekend Assad ging steunen en de bommen gooide op de burgers, mensen zoals jij en ik, zei genoeg. En dat was ook alles wat hij erover wilde zeggen, want zo’n avond wilde hij het niet laten worden.

Dus vertelden ze over hun vrouwen, niet zonder emotie, want die waren vaak nog daar, in die oorlog. Maar toch fonkelden hun ogen, kwamen de mobiele telefoons tevoorschijn waar foto’s op stonden van die vrouwen en hun kinderen, maar ook van een hond. Het duurde in dit gesprek niet lang of ook de derde man begon in gebroken Engels en met behulp van Mohammed zijn verhaal te vertellen.

Pictionary en lord of the rings

De vierde man, een jongen, net achttien, begon pas op te leven toen we een woordeloos spel deden. We begonnen met pictionary. We tekenden palmbomen, hangmatten, huizen. We schreeuwden door elkaar, Engels, Nederlands, Arabisch. We lachten. Daarna introduceerde Mohammed een zoekspel: de ene groep zat tegenover elkaar, één iemand van de twee groepen verstopte een ring in de handen van zijn teamleden. De andere groep moest raden waar de ring zich bevond.

De jongen kwam als winnaar uit de bus, joelend dat hij wist te raden in welke hand de ring verborgen zat. Plagend kijken als de andere groep het moest raden. Net doen alsof hij de ring had, terwijl zijn buurman de ring verborgen hield. Totdat onze groep wel heel vaak verloren had, ondanks dat Mohammed aan onze kant van de tafel zat. Ze waren gewoon te goed. ‘Maar wij hebben pictionary gewonnen’, riepen we.

De avond kwam tot een einde. Ze moesten weer op een bepaald tijdstip terug zijn en dat moment was aangebroken. We maakten foto’s van ons gezelschap, zodat we elkaar niet zouden vergeten. Namen werden genoteerd. Handen werden geschud. In onze harten zou deze ontmoeting voortleven en we zouden vaak vertellen over hen, hun spel en hun verhaal. Die vluchteling is geen abstract begrip meer, maar leeft. Het is een mens die meer dan welkom is.

Anne van den Berg

Author Anne van den Berg

Anne van den Berg is geboren en getogen onder de rook van Utrecht, maar vertrok voor haar opleiding journalistiek naar Zwolle. Inmiddels tikt ze bijna tien jaar als import-blauwvinger aan. Ze is betrokken bij dit sociale en betere initiatief, omdat ze gelooft in het goede van de mens. Meer over haar werk vind je op: www.editoranne.nl

More posts by Anne van den Berg

Leave a Reply